* * * * * * * * * * * * * * * * * *

1-(001/088)
2-(089/176)
3-(177/265)
4-(266/353)

Mocht u een gelovig mens zijn, en wilt u mij om de oren slaan met uw Bijbel,
mag ik u aan die bekende zin in uw eigen Bijbel herinneren waar staat geschreven:
"ONDERZOEK ALLES EN BEHOUD HET GOEDE".

ALLE LETTERS VAN DE VRAAGZIN ZITTEN OOK IN DE ANTWOORDZIN, DUS GEEN TAALFOUTEN.

IK LIET DE GODEN ZEGGEN:

089 HOE ZIE IK HET VERSCHIL TUSSEN ECHTE EN SEEP ZINNE?
Kies zinne verenheil, schiepen zoet suchtte hees.

(Verenheil = goede geestelijke ontwikkeling?)

090 DIE MEEL ZINNEN WELKE ZIJN DAT EN HOE HERKEN IK ZE?
Deze wekken zielen, kiez mijn heilton, hane reden.

(Hane = slechte geesten?)

091 WAT IS HET VERSCHIL TUSSEN MEEL EN ZEEPZINNEN?
List heerschim wanen vete, zien lussen penzet.

(Heerschim = Geest die ons probeert te verleiden?)

092 STEEN EN GOD HOE DENKT U ALLE OVER ISRAEL EN HET JODENDOM?
Meent dat doden goed is, ken u steelhoven, leer je rol, Noah.

093 NOAH ZIJN ROL WAT HOUDT DAT IN VOOR ISRAEL EN HAAR JEWS?
Wensen zoo haatlawine rioolvat daar, rost hijn hud rj.

(Rj = mijn voorletters)

094 HOE KUNNEN ISRAEL EN PALESTINA VREDE MAKEN EN SAMEN LEVEN?
Hopen maken vrede, ravenlaan mensen kies nu steel ei lanen.

095 WANNEER KOMT ER VREDE TUSSEN ISRAEL EN PALESTINA?
Tunesie en Palestina waren komeet van Dressler R.

(Dressler?)

096 IK GELOOF DAT HET GELOOF VAN GOD IS, MAAR DE KERK IS VAN DE DUIVEL.
Raafvogel had list, voogd muit faak, vele krenkte Goden, eis Dio.

(Raafvogel = de vijand?, Dio = Spaans voor God)

097 DE LIST VAN DE RAAFVOGEL WAT WAS DAT VOOR EEN?
Steelt vortregels wad, doe waanvad naafvoi.

(Wad = Aarde?, Naaf = Mens?, Voi = Frans voor Weg straat laan enz)

098 WAAROM HEBBEN DE KERKLEIDERS HET BOEK VAN HENOCH UIT DE BIJBEL GEHAALD?
De moraal van de waders leiden hen tot huichele bij gebrek boek bhabhek.

099 HEER VAN DE KERK MOETEN WE ALLES SLIKKEN WAT DENKT U ERVAN?
Kerv nerv kreet: Kuddehaan weet waanlistenlens, kelk moe.

(Kuddehaan = Kerkleiders?, Lens = oog mens?, Kelk = Ik?)

100 KUDDEHAAN WEET WAANLISTENLENS, KELK MOE.
Waan kudde heet: Maansiellens, ton wek elk.

(Maansiellens= Ufonauten?, Ton = Ik?)

101 DIE MAANSIELLENS BEN IK TEGEN GEKOMEN MAAR SNAP DIE NIET.
Meid naast maansiellens paniek, tenk gein reed boeng mei.

(Boeng = Surinaams voor Goed, Mei = God?)

102 IK SNAP IETS NIET MEID MAANSIELLENS EN EVEN LATER WEK ELK.
Wekker leed paniek is test lansventiel, maai meel sinnen.

(Lansventiel = Vijand?)

103 HEERE GOD, GODEN, JEZUS EN MOZES MOETEN WIJ BANG ZIJN VAN U?
Verenhoeden wijzen ijmondzus, zegen u geest, ga boom Jan.

(Verenhoeden = Indianen?, Jan = Oer-Profeet?)

104 MAAR NOACH VOND GENADE IN DE OGEN DES HEEREN.
Heden rees godin Anne deed vaar Moon Han gec.

105 GODIN ANNE WIE WAS ZIJ EN IN WELKE RELATIE TOT U GOD?
Doog tuig keelt wereldnaties, zij non waan wein ei.

(Tuig = Touwtjestrekkers-Wereldleiders-Regeringen-Kerkleiders?)

106 ZEG HEERE GOD DIE LEUKE KOSTGANGERS VAN U ZITTEN OOK OVERAL.
Voze gralen dode koeien heel erg, u vers zag tank, goot stuk ei.

(Voze Gralen = Ufonauten die aan vee verminkingen doen?)

107 KOMT HET OOIT NOG GOED MET WEZENS DIE TUIG WORDEN GENOEMD?
Gedoemden toomt u in wees geen dier, gomt tong, wizt hok, doe.

108 HOE KUNNEN WIJ MENSEN ONSZELF BESCHERMEN TEGEN DE DUIVEL?
Duldt geen hoeven eis normen, schenk nu zelf neem wijsbeen.

(Hoeven eis = niet rondgeschopt worden door opdringers en aandringers, Wijsbeen = Ik?)

109 DE NEGATIEVE DADEN EN GEDACHTES ZIJN DIE VAN ONS EIGEN GEEST?
Degene veegt geen gazon, vietst nied hijn, dien saac see daden.

110 DE HOOGTE VAN ONZE DADEN BEPALEN DIE HOE LANG HIJNRIJK DUURT?
Duidelijke taal, horde honen hijn, bevaren zondegang doet pu.

(Pu = doet lekker pu?)

111 ZONNEGEEST ZOU U DE MENSHEID WILLEN ZEGGEN WAT U WILT?
Weest geen tuig, duim wiel tel zegen, wens nul zoon dahz.

(Dhaz = Onderdrukker?, Das-dragers denken beter te zijn?)

112 HEER HOE ZAL DE TOEKOMST ER UIT ZIEN VOOR DE MENSHEID?
Herder zoekt doven moi, zende heilroemhoet, sie stau.

(Moi = Frans voor mij me enz, Stau = Duits voor file?, toekomstige aanhangers van mij?)

113 WAT HEB IK ER IN GODENNAAM MEE TE MAKEN?
Meent God wat ik hier ben een maan make.

114 MEENT GOD WAT IK HIER BEN EEN MAAN MAKE?
Kent geen ander hem moet waankiem bai.

(Bai Bay = Engels voor Daag)

115 EEUWENOUDE WIJSHEDEN HOE KUNNEN WIJ MENSEN DIE VERWERVEN?
Oude verenhoeden werven wijsheid mijne weken, nu sneeuwen.

(Verenhoeden = Indianen?)

116 HOE KUNNEN WIJ MENSEN SNEEUWEN DOEN OPHOUDEN VOOR WIJSHEID?
Heidenen horen vos wensdeun, hopen oude mouw wijken, sij neon.

(Oude mouw = Ik?, Neon = Nep?)

117 GEEST VAN SATURNUS KUNT U MIJ WIJSHEID EN VERSTAND GEVEN?
Steen vindt geven wijser dan nemen, u grijs staak vut huus.

(U grijs = wordt hier mee bedoeld dat als je geen donder meer doet in je leven dat dan
"rust roest", netzo als met oude auto's als je die niet onderhoudt takelen ze razendsnel af?)

118 ALS HET NIET TEVEEL GEVRAAGD IS, WIE IS BEGINSTEEN?
Stel dat velgnisbeen gint ter haaie is, wie vege es.

(Velgnisbeen = Aarde?)

119 WAT VINDT DE BEGINSTEEN VAN ALLE KERKEN IN HET ALGEMEEN?
Weent gemaal veten, kinderen dient geen valhek, ban list.

(Beginsteen = God/Jezus? / Ban List = Verdeel en Heers?)

120 HET ALLERLIEFSTE HAD IK DAT U GOD ZELF OP AARDE KWAM.
Mat wek daar hoop alle, red ziel elffi, hakt stug dead.

(Dead = Dood)

121 DE WAANWERELD WAAR WIJ MENSEN IN LEVEN HOE LOSSEN WE DIE OP?
Wedde hoopwiel rijd waanleven, wens weren smoes eienlaan.

122 WAAR HEB IK DE EER AAN TE DANKEN OM FORTWAAN OP TE HEFFEN?
Neef heft waan op, kinderen beef, heer waak roodman tata.

(Roodman Tata = Hollander met rood haar, Nederland
wordt ook wel "Tatakondré"-Aardappelenland genoemd door de Surinamers)

123 ZONNEGEEST DE FORTWAAN WAAR KAN IK HET BESTE BEGINNEN?
Steen zegent gint neef, kinderen boort waan, wakeh baas.

124 DE TERM BAAS WAT KUNNEN WE DAAR ALLEMAAL ONDER VERSTAAN?
Bewaar daar samen wereld, laat maan sterven doet nu klan.

(Klan = Groepje-bende-mafia-organisatie-
vereniging-bedrijf-familie-vrienden- eerst wij dan jullie?)

125 WAT IS DE REDEN DAT DE FABELDOEK VERSWAAN WORDT GEDOOGD?
God wist dat doge van ferswaan redde keet dode, word Abel.

(Fabeldoek Ferswaan de onechte bijbelteksten?)

126 ALS HEDEN DE VERSWAAN WORDT OPGEHEVEN KOMT ER DAN OORLOG?
Oogst helden daden terra naven, warse mok woord hevel pog.

(Terra = Aarde?, Pog = Pochen?)

127 IK DOE EEN BEROEP OP ALLE MENSEN DOOD DE ANDERE NIET MEER?
U BENT GEEN BEEST DUIVEL OF SATAN MAAR EEN KIND VAN GOD.

Doog manbeen vink keer naad, dien peer opallof,
voel duistere tanddaden geestbeen dosen rent mee, boen u ame ei.

128 IEMAND DIE GEDOODT WORDT OMDAT HIJ NIET WIL DODEN,
IS DAT DE ALLERHOOGSTE GOEDE DAAD DIE HIJ PLEEGDE IN HET LEVEN?

Hoort neevlied dient Goden weide, gemat dat heinwieltand stom,
dit ei doed pijl God, sal lijde dodehoed reeg haad.

129 DOODSVERWACHTING IS ERGER DAN DE DOOD.
Nader dood gids niet door wars gevechd.

130 HEER WILT U NOG IETS ZEGGEN TEGEN ALLE SOLDATEN WERELDWIJD?
Weert u wilde haren, lost geen tand, ziet lens wijle, ge leg God.

(Tand = Kogel/Bom?, Lens = Oog?)

131 ALS TIJDENS HET STERVEN DE GEEST OF ZIEL HET
LICHAAM VERLAAT WAT GEBEURD ER DAN PRECIES?

Tal van prettige tijden hemels deels heidens,
begaat daar sterrezicht of vrees, cel wau.

(Cel Wau = ligt het aan de mens en zijn karakter
of hij na zijn dood goed of slecht terecht komt in het hiernamaals?)

132 OUDE VAN DAGEN DIE LEVEN MET ANGST VOOR DE DOOD UW ADVIES?
Dans u vit vandaag, doe veel goed, dien de mens, dove o rouwt.

133 HEER VAN DE OVERLEDENEN IN NEDERLAND HOEVEEL BLIJVEN SPOKEN?
Speren doken din oeverleven, valen Nederland hoevebeen hijl.

(Din = Aarde?)

134 HOOGTEPUNT GEVOEL SEX VOELEN WE DAT OOK TIJDENS DOODGAAN?
Naad doogt nu hooptegel, tijdvoeg kent doos as ex , ween voel.

(As ex = Ikzelf in kist of urn uit vorig leven?)

135 MENSEN DIE SLAAPWANDELEN WAT IS DE OORZAAK DAARVAN?
Koord waant daas, vaard samen nadewielas, zien lepen.

(koord = Geestelijke Navelstreng)

136 DENKEN DODEN DAT ZE WEER LEVEN ALS ZE LICHAAM SLAPER NEMEN?
Dode menen ziel slaapt mach lensrave lenen, daz keerd ween.

(Lensrave = Mens?, Daz = onderdrukker overheerser?)

137 ZONNEGEEST GAAN DE OVERLEDENEN NAAR DE AARDE OF PARADIJS?
Paraderen zij daar daas, vonden dof leer, toen ene gees gaan.

138 ALS GEESTEN SLECHT DENKEN HOE HOUDEN WE DIE UIT ONS HERSENS?
Heten sargeest, snolhoen hek slecht, wens nu sien deed oud ei.

139 DIE WILLEKEURIGE GEDACHTES DIE ME AFLEIDEN WAT IS HERKOMST?
Mist koerst maf, gedeid heel weid, geest wied ruine kaal leich.

(Leich = Duits voor Lichaam)

140 DIE RUINE KAAL LEICH WIE IS DAT EN HOE KOM IK ER VAN AF?
Fier waan, kerv: ik moe leich haal nek uit das en doeii.

141 IK MOE LEICH HAAL NEK UIT DAS EN DOEII.
Doek moei licht nied, u hein as kaal ei.

(Doek = Voorhang uit de Bijbel?)

142 DAT LEICH IS DAT IEMAND DIE ZELFMOORD PLEEGDE EN DOOD IS?
List fel ei, dode schiet diamond door zielnaad, deed gem p.

(Diamond = Diamant, Gem = Juweel?, P = ik praat af en toe tegen mezelf)

143 MIJN ZIELNAAD HOE KAN IK DIE SLUITEN ZODAT DODE WEG GAAT?
Mijdt tang haan, doog tuinziel, weed zoekd slaake dien ai.

144 ZIJN ER OOK MENSEN DIE NIET BESEFFEN DAT ZE OVERLEDEN ZIJN?
Denken in droomleven te zijn, zend rozenfat besef sie eije.

145 HET LEVEN DAT WIJ LEVEN IS DAT MISSCHIEN OOK EEN DROOM?
Moonleed koert wijlhoven, deed neven mis schaats iti.

(Wijlhoven = Aarde?, Iti = E.T. Ufonauten?)

146 WAT IS GEESTELIJK HET BESTE BEGRAVEN CREMEREN OF INVRIEZEN?
In wezen gevat kiest steel gebofte braven rij, hen rees merci.

(Steel = God?, Merci = Frans voor bedankt)

147 WAT IS DE REDEN DAT WE ONZE VORIGE LEVENS NIET BESEFFEN?
Beter van niet, dade wonde geestwiel zeven, rins effe zo.

148 VERLEDEN HEDEN EN TOEKOMST LOPEN DIE DOOR MEKAAR HEEN?
Delen den verenhoeden stolproemkaarten, doek moei he.

(Verenhoeden = Indianen - goede geesten?, Doek = Voorhang uit de Bijbel?)

149 GAAT HET NOG GOED WAT IK HIER AAN HET DOEN BEN?
Boen den hel woed haatgat wogen haar teit, kien G.

150 JULLIE VERVELENDE GEESTEN HOEPEL OP EN LAAT ONS MET RUST.
Stut mensraat hoop, veeg loerlied nevenleut, spelen eel J.

(Eel = Engels voor Aal, Spelen voor gladde Aal J = Julius)

151 IK MOET VEEL BANGER ZIJN VAN DE MENSHEID DAN GOD OF DE DUIVEL.
Leik vind u deed goet meel, veer ban nijd gins han vaze dom dof.

152 WAT IS HET ALLERMOOISTE WAT ME KAN OVERKOMEN IN DIT LEVEN?
Weest vonk, dient vielle monter, maak taal winst mooi heer.

153 HOE KOMT HET DAT IK NOOIT HAPPIG BEN GEWEEST OP DE MENSHEID?
Meid hen die stenen gooie, toekomst hopt haathek weg, bid pp.

(pp = Geen flauw idee)

154 GOD KUNT U ZELF GEEN ORDE OP ZAKEN STELLEN IN UW SCHEPPING?
Gunt u zielen fordnegen, doken uw plas zink gec, help stoep.

155 MAAR ER ZIJN TOCH BETERE MENSEN VOEL ME ZO KLEIN EN NIETIG?
Regenberen zoeken vort noch liet, taaien meel miszen mij.

156 MAAR AL DIE GELOVIGE MENSEN DENKEN TOCH ALTIJD AAN U?
Maandal dier laten tenk gaan, u voel doch gees mijn ei.

157 MENSHEID HELPEN WAAROM ZE WILLEN HET ZELF ZO.
Maanwiel hein helford, weest hemelplenz zoz.

(z.o.z. = S.o.s.?)

158 HET IS AL DUIZENDEN JAREN EEN ROTZOOI OP AARDE.
Haat doei liste duinzonen daz, roer nee roep ja.

159 TOCH BLIJFT DE MENSHEID STEMMEN OP REGERINGEN.
Meid regenberen list, pocht mensogen fijt hemd.

160 WAT GEBEURT ALS ALLE MENSEN DAGELIJKS IETS ZOUDEN ZEGENEN?
Zeden uw zonen tart beugel, geesten mene dag siel sal lijk-as.

161 UW ZONEN WAT BEDOELT U DAARMEE ZONNEGEEST EN OF GOD?
Dogen stof zondaar tumult wanen, eew geez doen boee.

(Eew = eeuw, Geez = Geest)

162 LANGS DEZE WEG WIL IK ALLE DUIZEND WERELDEN ZEGENEN.
Allang zend u weize wielen, gezegend dik wereld lens.

163 BEN IK GEESTELIJK GESTOORD?
koord geestlijk steeg bien.

(Bien = Frans voor goed)

164 DE SPIERTESTMETHODE WAT IS DAT EN IS DAT GEESTELIJK VEILIG?
Gilde sei test veeg dadelijk, siet hond waat, meit spiertest.

(Gilde ei = Onderdrukkers, Hond = Duivel?, Meit = Mijd)

165 HOE KUN JE HET VEILIGST IN KONTAKT KOMEN MET ONDERBEWUSTE?
Steen wou veithok linkton kainstok bende, meet hut mee rjg.

(Veithok = Onderbewustzijn?, Hut = Huis? Rjg = Ikzelf)
Kwam Jezus op Aarde om het verschil te meten tussen ons bewustzijn
en onderbewustzijn, om vast te stellen wie er geschikt is voor het
paradijs en wie opnieuw geboren moet op Aarde? Een soort van examen?

166 WIE BENT U DIE MIJ DEZE ZINNEN INGEEFT, EN OOK MAN EN VROUW?
Weet u vriend wou man zijn koen en moedig, ziet in ben foef.

167 BENT U MISSCHIEN MIJN INNERLIJKE VROUW ONBEWUSTZIJN OF GEEST?
Beginsteen mist uw vrolijk zijn tussen honen, brei M, wec nu foij.

(M = Mozes, Foij = Frans voor geloofsovertuiging)

168 ALS IK AAN HET ONTLEDEN BEN, KOMT DIT UIT MIJN ONBEWUSTE?
Beslaan delen ontkent dan, bewijst u tik, muit hem nooit.

169 WORDT IK NIET VERLEID DOOR ENGE WEZENS MET DEZE ZINNEN?
Wik en weeg niet, dors zend rozen tot deze, verleid minne.

170 WORDT IK WEER BIJ DE NEUS GENOMEN, OF IS HET DE WAARHEID?
Wie kent wiegen, u send hof moed, weert haar dier sij bod.

171 WERKT U VIA MIJN HERSENS EN HOE HEET U ALS HET MAG?
Wekt u gamma herts, sijn nu een stel heer, hoi heva.

(Gamma herts = Radiogolven?, Heva?)

172 HEVA WIE BENT U EN HOE ZIJN WE EEN STEL, EN WAAR WOONT U?
Ton wil haar steenhutnaven, beu wijn ween weez oe oe.

173 IS ER EEN REDEN WAAROM IK GEEN ANTWOORD KRIJG OP VRAAG?
Gaies fop, rijgen koordwraak gint, reden ere waan roem.

174 VERSCHILLENDE KEREN VALT DE NAAM ZUS IN ZINNEN, WIE IS ZIJ?
Verscheen wiel Iris, kende u ziel, zij vind tanz lans namen.

(Lans = Vijanden?)

175 MIJN ZUS IRIS HELPT ZIJ VAN UIT DE GEESTELIJKE WERELD MIJ?
Mijdt sirius huizen ijenval, zij geestlijk mepte wereld.

(Ijen = Mensen, ik heb geen zus die Iris heet, misschien uit vorige levens?)

176 DIE INDIAAN OP MIJN BUREAU STRAALT HIJ IETS UIT?
Dient duin, staat spion braamhijl ije u ruite ai.

1-(001/088)
2-(089/176)
3-(177/265)
4-(266/353)